EU vs. Disinfo past na kritiek terminologie aan, maar doet niets aan de kwaliteit van de factchecks

Na veel kritiek belooft EU vs. Disinfo in een reactie de terminologie die het gebruikt om nepnieuws te duiden, aan te passen. Waar bronnen die volgens de taskforce nepnieuws delen eerst ‘disinforming outlet‘ werden genoemd, zal nu gesproken worden van ‘outlet where the disinformation appeared‘. De meeste kritiek was er echter op de discutabele manier waarop de factchecks werden uitgevoerd. Zo werd een reportage van TPO als fake news beoordeeld terwijl er geen duidelijke onwaarheden in stonden. In de lijst van mediabedrijven die nepnieuws (of desinformatie) verspreidden staan ook Radio 1, de NPO, de Gelderlander en Geen Stijl.

Shula Rijxman: 60 miljoen bezuinigen op de NPO? Doe. Dit. Niet.

“Het kabinet stelt dat een sterke publieke omroep onmisbaar is voor een vitale democratie, maar handelt niet naar de eigen woorden. Doe. Dit. Niet. Dit is niet wat we hebben afgesproken”, zo haalt Rijxman in haar nieuwjaarstoespraak nog eens uit naar de bezuinigingsplannen van het kabinet. Rijxman gaf ook tekst en uitleg bij het besluit om NPO-content niet zomaar op Facebook en YouTube te zetten. Daar staat ze, ondanks de kritiek, nog steeds achter. De belangrijkste overwegingen: het verliezen van controle, het gevaar dat de NPO en haar programma’s minder goed herkend worden en de bedreiging van de vindbaarheid. “Daar is geen logo in een hoekje van het scherm tegen opgewassen.”

Britse waakhond oordeelt: met een overname van Sky krijgt Rupert Murdoch te veel invloed op de publieke opinie

De Britse Competition and Markets Authority (CMA) staat niet achter de overname. De overname is ‘niet in het publieke belang’ en ‘bedreigt de pluriformiteit van de media’, zo oordeelt de waakhond. Een derde van de Britten ontvangt nieuws via een van Murdochs kanalen. Een totale overname (Murdoch bezit nu al 39% van de aandelen van Sky ) zou de invloed die de miljardair op deze manier heeft op de publieke opinie en de politieke agenda te groot maken. De toezichthouder keek ook of de overname de kwaliteit van Britse zenders in gevaar zou brengen. Dat is niet zo, vindt de CMA.

Facebook reageert op dreigende imagocrisis met een essay waarmee het wil laten merken dat het heus zelfkritisch is

Facebooks PR-afdeling heeft vast relaxtere weken gekend. Op het plan om nieuws minder prioriteit te geven, werd nog gemengd gereageerd. Maar om het voornemen om gebruikers zelf te laten bepalen welke nieuwsbronnen betrouwbaar zijn en welke niet, werd in koor een moedeloze zucht geslaakt. Klap op de vuurpijl was een onderzoek dat laat zien dat sociale media een vertrouwenscrisis doormaken. Facebooks reactie is dit essay van chef ‘civic engagement’ Samidh Chakrabarti over sociale media en democratie, waarin hij wikt en weegt over de voor- en nadelen van het eerste voor het laatste. De overdenking is best interessant, maar getuigt er ook van dat Facebook heel graag wil dat wij denken dat het zelfkritisch is, zonder dat het dat werkelijk is. Chakrabarti erkent dat Facebook de democratie en informatievoorziening soms schaadt, maar besluit met optimistische dooddoeners als “I believe that a more connected world can be a more democratic one”. En zo is de reactie van Facebook op alle kritiek toch weer sussend en defensief. De vraag is of die tactiek een serieuze imagocrisis dit keer kan afwenden.

Snapchat breekt lichtjes open: een deel van de snaps wordt deelbaar buiten de app (wat interessant is voor nieuwsorganisaties)

Het gaat om openbare snaps, die onder meer te vinden zijn in het Discover-tabblad en het zoekgedeelte. Snaps die je uitwisselt met je vrienden blijven voorlopig veilig binnen de bubbel. Voor nieuwsmedia is de nieuwe functie erg interessant: zij kunnen content die ze voor Snapchat maken breder delen.  Snaps delen wordt vanaf woensdag uitgerold onder gebruikers in een aantal landen mogelijk. Kijk dus niet gek op als je binnenkort regelmatig snapchatbeelden viral zult zien gaan op sociale media.

Slowaakse krant betaalt redacteuren mede op basis van het aantal abonnees dat hun artikelen oplevert

Denník N zet al haar artikelen na een x aantal alinea’s achter een paywall. Met een zelfgebouwd data-analysesysteem houdt het bij hoeveel abonnees elk verhaal oplevert. Hoe meer abonnees de stukken van een journalist binnenbrengen, hoe hoger de bonus voor die journalist. Klinkt als een garantie voor clickbait – is het volgens bedenker Tomáš Bella niet: “Het is de beste graadmeter voor kwaliteit die we konden vinden.” Juist een advertentiegedreven model leidt volgens Bella tot slechtere stukken. Denník N, een van de weinige onafhankelijke kranten van Slowakijke, heeft 23.000 betalende abonnees.

Het wereldwijde vertrouwen in media keldert, maar dat ligt niet aan journalisten: het vertrouwen in hen is juist gegroeid

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de 2018-editie van de Edelman Trust Barometer, een jaarlijks onderzoek naar publiek vertrouwen in instituties in 28 landen.

  • Slechts 43 procent van de wereldbevolking vertrouwt de media, waarmee dit voor het eerst de minst vertrouwde institutie is (in Nederland: 55 procent)
  • Maar: het vertrouwen in de journalistiek stéég juist vijf procentpunt: van 54 naar 59 procent (Nederland: 66 procent)
  • Die paradox is te verklaren door het feit dat veel mensen zoekmachines en sociale media ook tot ‘de media’ rekenen (en een stuk minder vertrouwen)
  • 63 procent van de respondenten vindt het moeilijk om betrouwbaar nieuws te onderscheiden van geruchten en onwaarheden
  • 25 procent van de respondenten mijdt het nieuws volledig
  • De technologische sector geniet het grootste vertrouwen: 75 procent
  • In de VS is het vertrouwen in de overheid gekelderd van 47 naar 33 procent

Schrijvers van boek over diversiteit in de journalistiek: ‘Het blijft vaak bij goede intenties’

In het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ schrijven Annebregt Dijkman (organisatieantropoloog) en Zoë Papaikonomou (onderzoeksjournalist) over 40 jaar debat over diversiteit in de journalistiek, de pogingen om redacties diverser te maken (of het gebrek daaraan), en geven ze adviezen hoe het beter kan. “Er zijn veel onderzoeken gedaan, werkgroepjes opgetuigd en eindeloos veel gesprekken gevoerd om de media divers en inclusief te maken, maar dit lukt vaak nog moeizaam, omdat de urgentie niet altijd wordt gevoeld. Het blijft dus vaak bij praten en goede intenties.” Tegelijkertijd is er wél een soort preoccupatie met etniciteit en geloofsovertuiging. Papaikonomou, zelf ‘half’ Grieks: “Collega’s vinden het soms lastig om voorbij je afkomst te kijken.” De auteurs noemen het van essentieel belang dat de journalistiek de samenleving zorgvuldig verslaat – en dan ontkom je er volgens hen niet aan dat je een rijkheid aan verschillende perspectieven op je redactie herbergt.