Samen speuren naar een verdwenen vluchtelingenboot

Deze week gaat het uiteraard wéér over de platform wars, want Facebook, Twitter, Google en anderen bl
Ernst-Jan Pfauth
Samen speuren naar een verdwenen vluchtelingenboot
Door Ernst-Jan Pfauth • Editie #9
Deze week gaat het uiteraard wéér over de platform wars, want Facebook, Twitter, Google en anderen blijven maar proberen om uitgevers te reduceren tot contentfabriekjes. Maar er is niet alleen geklaag, ik laat ook zien hoe sommige journalistieke publicaties nieuwe vertelvormen uitvinden en zo een tegenwicht bieden aan de saaie platforms.

Precies een jaar geleden volgden honderdduizenden luisteraars de podcast Serial, waarin de presentator een moord van vijftien jaar geleden op de Amerikaanse tiener Hae Min Lee onderzocht. Wie luisterde, raakte verslaafd, en veel luisteraars gingen zelf op onderzoek uit (tot groot verdriet van nabestaanden).

Ik moest aan Serial denken toen ik een nieuwe verhalenserie van het Amerikaanse Matter zag: Ghost Boat. Ook hier proberen journalisten publiekelijk een mysterie op te lossen: ze willen een verdwenen vluchtelingenboot met 243 opvarenden terugvinden. Maar in tegenstelling tot Serial, worden lezers hier juist opgeroepen om mee te helpen. Ze krijgen daarbij ondersteuning van FirstDraft, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het controleren van online informatie.
Het gevaar van een serie met ‘episodes’ en ronkende aankondigingen is dat leed entertainment wordt, maar na het doornemen van de eerste artikelen geloof ik dat het een integer project is. Als Ghost Boat een succes is, levert het én een grote groep trouwe lezers op én een nieuwe doorbraak in gecrowdsourcde journalistiek (want verder dan die bonnetjes van The Guardian zijn we nooit echt gekomen).
Het gloednieuwe platform Mindshakes kocht trouwens de Nederlandse rechten van Ghost Boat. Lezers kunnen Mindshakes tips sturen, die het medium dan voor ze vertaalt en doorstuurt aan Matter. Deel 1 vind je hier.
The Intercept begon ooit met veel bombarie rond het vertrek van Glenn Greenwald bij The Guardian en de kwart miljard dollar van financierder Pierre Omidyar (of Ebay fame). De verwachtingen waren zo torenhoog, dat vrijwel iedereen teleurgesteld was toen de basic site online kwam. Maar nu, twee jaar later, lanceert The Intercept het ene na het andere spectaculaire initiatief. Zoals Field of Vision, hun wereldwijde documentairenetwerk (bekijk The Above!), en deze week The Drone Papers - onthullingen over Amerika’s meest geheime manier van oorlogvoeren aan de hand van gelekte overheidsdocumenten.
There’s no such thing as an overnight success!
Wat me ook aanspreekt aan deze site: in de tijd van eenheidsworst - artikelen die op elk platform in te laden moeten zijn -  experimenteert The Intercept volop met visuele vertelvormen. 
Eater, de restaurantsite van Vox Media, publiceerde deze week ook interessante manier van vertellen. Ze brachten een lijvige scoop terug tot één zin en lieten lezers vervolgens door de informatie navigeren aan de hand van voetnoten (zie hieronder). Ik vind het een zeer prettige manier van informatie tot me nemen, en vervolgens te besluiten waar ik meer over wil weten. In de making-of schrijft de ontwerper dat bezoekers bovengemiddeld veel van het artikel bekeken. 

Probeer dat maar eens na te maken met Facebook Instant Articles!
Over investeren in je eigen site gesproken, The New York Times wil dat journalisten niet vergeten dat hun verhalen vooral op telefoons gelezen worden. En dus stuurden ze onderstaande mail rond. Symboolpolitiek van het hoogste niveau. Prachtig:
Ik ben blij dat uitgevers in hun eigen sites investeren, want bij Facebook en Twitter zitten ze niet stil. Integendeel: de blog TechCrunch laat zien hoe Twitter en Facebook uitgevers proberen te reduceren tot ‘ghost writers’. Zo haalt Twitter Moments (de nieuwe nieuwsafdeling van Twitter) in tweets van journalisten zelfs de link naar het oorspronkelijke artikel weg. Je moet vier keer klikken om de oorspronkelijke link terug te vinden (zie hieronder).
Dit is voor de gebruiker prettiger, aldus de platforms, en dat is natuurlijk ook wel zo. De mainstream Twittergebruiker wordt nu niet meer zenuwachtig van al die linkjes en kan gewoon lekker foto’s kijken. En met een service als Facebook Instant Articles laden artikelen inderdaad veel sneller.
Maar een platform als Blendle laat zien dat het een het ander niet hoeft uit te sluiten. Daar is het design én supergebruiksvriendelijk én wordt de opmaak van de originele publicatie in ere gehouden.
Platforms als Apple News, Blendle, Twitter Moments en Facebook Instant Articles zijn allemaal gesloten standaarden. In feite creeëren ze allemaal hun ‘eigen’ internet. Je hoeft er niet weg. 
En dus jubelde iedereen toen Google Accelerated Mobile Pages (AMP) lanceerde. In samenwerking met grote uitgevers (waaronder NRC) biedt Google met AMP een service aan die ervoor zorgt dat artikelen veel sneller laden. En iedereen kan z'n site erop aansluiten. 'Yes, een overwinning voor het open web!’.
Maar ik kan me niet losrukken van de gedachte dat dit gewoon een strategie van Google is om haar eigen advertentietechnologieën veilig te stellen. En in deze gelinkte analyse van Nieman Lab wordt dat inderdaad bevestigd. 
Bovendien krijgt Google meer macht over welke third parties getoond mogen worden op deelnemende sites. Wil je een andere statistiekentool gebruiken dan die Google in AMP aanbiedt? Jammer joh.
Daarnaast draait AMP niet op standaard HTML5, maar op een Google-variant. Dag open web-standaarden, hallo Google-taal.
Met andere woorden, als je langer dan twee minuten nadenkt over Google AMP realiseer je je dat het weinig met het open web te maken heeft. Het is gewoon weer een machtsgreep van een groot platform dat uitgevers wil reduceren tot contentfabriekjes.
Laten we eindigen met een vrolijke noot, van Wired.
Want zo had ik het nog niet gezien: nieuwsbrieven als een gedecentraliseerd antwoord op sociale netwerken als Facebook. Wired beschrijft het succes van nieuwsbrievenservice TinyLetter (161.000 nieuwsbrieven en 14 miljoen abonnees) en ziet deze manier van publiceren als een intiem antwoord op het openbare geklets bij Facebook.
Ik haal veel meer plezier uit deze nieuwsbrief dan uit Facebook, maar ik denk niet dat particuliere nieuwsbrieven ooit mainstream worden. De gedachte achter de observatie van Wired, namelijk dat steeds meer interpersoonlijke communicatie gedecentraliseerd en achter gesloten deuren plaatsvindt, onderschrijf ik wel. Ik denk dat de rol van messenger apps daar groter in is dan nieuwsbrieven maar daarover later meer.
Dat was het voor deze week! Dank aan tipgevers Paul Vereijken (het TechCrunch-artikel) en Eveline Meijer (Google AMP-kritiek). Zie jij een interessant artikel voor in deze nieuwsbrief? Mail me op ernst-jan@pfauth.com of tweet naar @ejpfauth.
Tot volgende week!
Ernst-Jan Pfauth
Hoe vond je deze editie?
Ernst-Jan Pfauth
Elke zaterdagmorgen stuur ik je De Medianieuwsbrief, met de interessantste artikelen over innovatie in de media.
Gemaakt door Ernst-Jan Pfauth met Revue. Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier. Als je deze nieuwsbrief niet meer wilt ontvangen, dan kun je je hier afmelden.